Website over de 23 grondrechten in de Grondwet

Nieuws

Nog geen verbod gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties

Al bijna twee jaar is minister Van Weel bezig een wet voor te bereiden waarin het dragen van gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties expliciet verboden wordt. Begin volgend jaar wil hij er eerst nog een keer met de Tweede Kamer over spreken.

Het idee om een wettelijk verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties in te voeren ontstond in de zomer van 2024 toen pro-Palestijnse studentenprotesten tot bezettingen en vernielingen leidden. Eind september dat jaar vroeg de Tweede Kamer in een motie van JA21 en SGP het kabinet om het dragen gezichtsbedekking tijdens demonstraties te verbieden om een eventuele vervolging van demonstranten te vergemakkelijken.

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid ging aan de slag om de mogelijkheid van zo’n verbod uit te werken. Hij moest onder andere nagaan hoe zo’n beperking van het demonstratierecht zich verhield tot art. 9 Gw waarin het recht om te demonstreren vast ligt.

Al snel bleek dat de directbetrokkenen weinig voor zo’n verbod voelden. Zowel het OM en de politie als de burgemeesters en de veiligheidsregio’s vonden het verbod onnodig en moeilijk handhaafbaar. Invoering ervan zou naar verwachting veel extra capaciteit van politie en rechtspraak vragen. De bestaande Wet openbare manifestaties biedt volgens het OM voldoende mogelijkheden om desgewenst in te grijpen. Ook een onderzoek van het justitieel onderzoeksinstituut WODC kwam tot de conclusie dat een expliciet verbod overbodig was.
Het OM liet bovendien doorschemeren dat overtredingen van een verbod op het dragen gezichtsbedekking bij demonstraties waarschijnlijk geen stand zouden houden als de rechter deze zou toetsen aan de Nederlandse Grondwet en de Universele Verklaring Rechten van de Mens.

Minister Van Weel ging evenwel vorig jaar door met het voorbereiden van een wettelijk verbod. In december 2025 kwam hij samen met collega Heerma van Binnenlandse zaken met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet openbare manifestaties i.v.m. verbod gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties. In de internetconsultatie die daarop volgde, ontmoette het voorstel veel kritiek.

Begin september 2026 kwamen de ministers Van Weel en Heerma met een brief waarin ze voorstelden om eerst nog eens met de Tweede Kamer van gedachten te wisselen over alle plannen voor eventuele wijzigingen in het demonstratierecht. Het leek erop dat de plannen voor een verbod op gezichtsbedekkende kleding voorlopig geparkeerd werden. Naar verwachting zal het beloofde overleg met de Kamer pas begin volgend jaar plaatsvinden.

Uitgelicht

Rechter als schuldige

In februari zette de rechter een streep door een inreisverbod voor drie conservatieve islamitische predikers dat de ministers Faber en Van Weel hadden uitgevaardigd. Minister Faber noemde de uitspraak van de rechter  'een zwarte dag’, Van Weel had het over 'een teleurstellende uitkomst'. De rechter werd in de socials zwaar onder vuur genomen.

Voorzitter Marc Flierstra van de Vereniging voor Rechtspraak hekelde in Trouw van 25 februari 2025 de reactie van beide ministers: ‘Door dit soort uitspraken denken mensen dat het door deze rechter komt dat de haatpredikers Nederland in mochten. De ministers zijn zo medeschuldig aan het creëren van een klimaat waarbij deze rechter als schuldige wordt gezien. Het probleem lag bij het besluit van de ministers. Die hebben hun huiswerk niet goed gedaan. Als je dat nalaat, moet je vervolgens niet verbaasd zijn als een rechter gewoon zijn werk doet en oordeelt: Zo kan het niet. (06.04.2025)

Bekijk oude afleveringen Uitgelicht

Nieuw verschenen

 Schimmelpeninck

Hans Verbeek

De vergeten minister-president

Hans Verbeek beschrijft het leven van Gerrit Schimmelpenninck (1794-1863), zoon van Rutger Jan Schimmelpenninck die in de Franse tijd staatshoofd van Nederland was. Zelf werd Gerrit Schimmelpenninck in 1848 de eerste minister-president van Nederland, zij het slechts twee maanden. Hij was in 1848 de grote tegenstander van Thorbecke bij het tot stand komen van de nieuwe grondwet.
Hans Verbeek wil in zijn boek het beeld nuanceren van de progressieve liberaal Thorbecke tegenover een conservatieve graaf Schimmelpenninck die niets van grondwetswijzigingen wilde weten. Aan de hand van een reconstructie van de gebeurtenissen in 1848 beschrijft Verbeek de opkomst en ondergang van deze markante man. (20.04.2026)

ISBN 9789044660586, Prometheus Amsterdam, 2026

Lees meer over nieuwe boeken!

 

Knipoog

Het voorkomen van het kwaad

Bij de behandeling van de asielwetten in de Eerste Kamer in april 2026 kwam ook de functie van de Eerste Kamer weer eens uitgebreid aan de orde. Een discussie die al in 1848 ontstond toen de liberale coryfeeën Johan Rudolph Thorbecke en Dirk Donker Curtius het volkomen oneens bleken over de toekomst van de Eerste Kamer.

Bij zijn pogingen om de Nederlandse staatsinrichting te hervormen was Thorbecke in 1848 stellig van plan om de Eerste Kamer op te heffen. Hij noemde deze ‘zonder grond en doel’.
Dat dat niet lukte, moet op het conto van minister Donker Curtius worden geschreven. In zijn biografie De man van 1848 over Dirk Donker Curtius schrijft Mathijs van de Waardt over deze kwestie (pag. 246):

Donker zocht in de Eerste Kamer een instelling voor 'bedaarde overweging'. De Eerste Kamer was 'een waarborg tegen overijling, eene beperking van hartstogten in onrustige tijden, een bolwerk voor de troon' en daarnaast 'een krachtigen steun der wet'.
Dat de Kamer zelf niet veel bewerkstelligde, maar een waarborg was, was voor Donker evident. Hij benadrukte nog eens ‘dat in het algemeen het nut eener Eerste Kamer, hoe ook zamengesteld, meer gelegen is in het voorkomen van het kwaad dan in het stichten van het goede.
(20.04.2026)

Bekijk oude afleveringen Knipoog